International / Multilingual > Nederlands (Dutch)

De Onvertelde verhalen van de oorlog op Pandora

(1/9) > >>

Txep swirä:
De Onvertelde verhalen van de oorlog op Pandorageschreven door Txep-swirä

Txep swirä:
Hoofdstuk 1 Contact
De jager liet zijn blik over een klein open veldje glijden, een oase van ruimte midden in het bos bedacht hij zich, en vond wat hij zocht.
Daar, aan de overkant stond een groepje hexapedes, soort van herten, zonder zijn blik van zijn doel te halen pakte hij zijn boog.
In een vloeiende beweging had hij een pijl aangelegd en spande zijn spieren om de pees naar achter te krijgen.
Hij was klaar om te schieten, kijkend langs de schacht van de pijl had hij zijn doel gevonden.
Terwijl hij de pees nog verder strak spande, voelde hij de veren van de pijl langs zijn wang kietelen.
Nog geen moment voordat hij los wilde laten schoten de hexapedes weg, verdwijnend tussen de bomen.

Verwonderd ontspande hij de pees en liet zijn boog zakken, hij keek over het veldje mar zag geen gevaar, de herten konden hem niet gezien, gehoord of geroken hebben.
Hij zat goed verborgen en zat daar zonder enig geluid te maken, ook stond de wind in zijn richting dus hem reuken kon niet.
Teleurgesteld wilde hij opstaan toen er aan de andere kant van de open plek beweging zag.
Gespannen bleef hij zitten en toen hij zag wat er het veldje op kwam, sloegen zijn gedachten op hol.
Skypeople! Wat doen die hier? Vroeg hij zich af “Ze zijn bijna 2 dagreizen van hun basis vandaan”
Nieuwsgierig bleef hij zitten en wachtte af wat de aliens gingen doen.

De Sergeant stak zijn vuist op, een teken dat de tiental soldaten moesten stoppen en stil moesten zijn.
“Hier houden we rust. Will, ga de omgeving verkennen”
De soldaat knikte, deed zijn rugzak af en liep het bos weer in.

Met veel dreunend geluid kwam er een AMP-suit tussen de bomen doorlopen en stopte op de open plek.
Hij bleef staan en de bestuurder deed de koepel op en keek vragend naar de sergeant.
“We houden rust, Peterson. Kom er maar uit”
Zonder aarzeling kwam Peterson er uit en ging bij zijn maten zitten.

De jager zat aandachtig te kijken en bedacht zich, dat als ze weer verder gingen, het nog maar een kwestie van dagen waren of ze kwamen in Na’vi gebied.
Hij moest hun tegen houden maar er was geen tijd om de broeders te halen.
Hij wist dat er een Talioeng verder op zat en maakte een plannetje.
Toen hij het had uitgedacht sloop hij weg.

John, een marinier genoot van de zon en zijn warmte  en de verdiende rust.
Rondkijkend zag hij dat vele soldaten waren weggedoezeld en zelf moest hij ook wel gapen.
Zachtjes zei hij tegen Will “Wat is deze wereld toch mooi, veel beter dan hier op aarde”
“ja totdat je die vervloekte Na’vi ziet, dan is het opeens niet leuk meer” antwoordde hij.

De Na’vi jager rende het bos uit en met grote stappen rende hij tussen de soldaten door.
Vele soldaten kregen hem in de gaten en grepen naar de wapens.
Nog zo slaapdronken als ze waren, waren ze nu opeens klaarwakker en wilde de Na’vi neerschieten.
Maar ze waren te laat, de Na’vi was al verdwenen tussen de bomen.

“wat deed die hier?” vroeg John “geen idee antwoordde de Sergeant “maar het voorspeld niet veel goeds.”
“Peterson!” riep de Sergeant “Ga de AMP-suit in en maak je klaar!”
Peterson rende naar de robot en klom er in, hij was nog bezig om de besturing om te doen toen er een Talioeng de bosjes uit kwam.
De talioeng, een nog het meest op een neushoorn, lijkend dier met dikke pantser, stormde de open plaats over en kreeg de AMP-suit in de gaten.
Op maximale vermogen ramde hij zijn kop tegen het ding, die daardoor met Peterson er nog in, om viel.
Het dier bleef maar rammen, net zo lang tot zijn woede was gekalmeerd en daarop maakte hij zich uit de voeten.
Peterson, was niet meer, hij raakte bekneld en zijn hoofd werd verbrijzeld.

“Rust in vrede, Peterson” zei de Sergeant terwijl hij een kruisje sloeg.
Daarop draaide hij zich om en riep “Breek het kamp op! We gaan er vandoor!”
“gaan we richting basis sergeant?” vroeg John.
“Ja” antwoordde de sergeant “dit is de laatste tegenslag die we ons konen veroorloven, zonder dit ding zijn we ten dode opgeschreven”
Dat klopte, ze waren onderweg er al twee kwijt geraakt en nu waren ze zowat weerloos.

“Jullie krijgen 20 minuten” Riep de sergeant en beende weg.

Txep swirä:
Hoofdstuk 2, kat en muis spel
De groep soldaten liepen de rest van de dag, zwijgzaam en teruggetrokken in hun eigen gedachten.
Denkend over wat die dag was gebeurd, denkend hoe Peterson aan zij einde kwam.
Denkend over hoe die Na’vi hun had kunnen verrassen.
Denkend hoe het nu verder moest en vooral hoe ze de nacht moesten doorbrengen.
Lopend langs schitterende locaties, waar ze af en toe een korte rust hadden of er een blik op wierpen voordat ze doorliepen.

“Sergeant” zei John, de stilte doorbrekend “zou hij toegekeken hebben toen dat beest ons aanviel?”
“Ja, dat deed hij” antwoorde de sergeant, die eigenlijk niet wilde praten.
“Sergeant” zei John weer “zou die Na’vi ons nu volgen?”
“ja” antwoorde hij.
Met die informatie keerde hij weer terug in gedachten, wetend dat ze constand werden gevolgd maar er niets tegen konden doen.

Will stopte en keek om, kijkend naar de bomen, toen opeens zag hij in zijn ooghoeken een blauwe gedaante.
Zonder er bij na te denken pakte hij zijn geweer, legde aan en schoot een twee tal salvo’s af.
Hij zag het lichaam op de grond vallen en wilde er naar toe lopen maar de sergeant hield hem tegen.
“Soldaat!” zei hij kwaad “Waar denk jij mee bezig te zijn?? Moeten we nog meer Na’vi op de hoogte brengen dat we hier zijn?”
“Maar ik hem hem” riep Will uit “wacht ik laat het zien” hij trok zich los en rende naar de plaats waar het lichaam lag.
Toen hij keek zag hij dat het geen na’vi was maar een vogel, teleurgesteld wilde hij teruglopen maar hij werd gerakt door een pijl.
Door de kracht van de inslag van de pijl, sloeg hij tegen de grond, de lucht ontsnappend tussen zijn lippen door.
Hij kreeg geen adem meer, zakte weg in de duisternis en hij was niet meer.

De jager stond als versteend bij de gedachte dat hij dat geweest kon zijn.
Hij wilde eerst de groep via de bomen volgen maar bedacht zich toen, zo kon hij zich beter uit de voeten maken.
Met die informatie bleef hij staan, weg gezakt in gedachten.

De soldaten wisten eerst niet wat er gebeurde, maar toen zochten ze als een man dekking achter de bomen.
Wapens in de aanslag en zoekend naar vijanden, riep een sodlaat opeens “Daar! Daar! Daar staat ie!”
Hij schoot een salvo, liet zijn dekking zakken en rende naar de Na’vi.
De rest kwam overeind er rende achter de soldaat aan.

De na’vi keerde terug naar de werkelijkheid toen de kogels vlak bij hem in de bomen insloegen.
Hij keek om en zag de soldaten op zich af komen, in een vloeiende beweging legde hij verschillende pijlen aan en vuurde ze af naar de groep.

Twee soldaten werden geraakt en gingen neer, maar de rest ging onverschrokken door, de vijand was bijna bereikt.
Bijna, ze hadden hem bijna bereikt, maar de Na’vi draaide zich om en met soepele sprongen sprong hij over laaghangende takken en bosjes.
De solaten hadden last van het struikgewas en konden maar moeilijk vooruit komen, maar ze wisten de Na’vi te volgen.
Verschillende keren verloren ze hem uit het oog, maar ze moesten de achtervolging staken want het begon donker te worden.

De volgende ochtend zagen ze dat de twee schildwachten doorboord met pijlen waren.
De sergeant vloekte, waarom hadden ze niet gemerkt?
“Sergeant” zei een soldaat “als hei die schildwachten neer heeft gehaald, waarom heeft ie ons niet te grazen genomen terwijl we lagen te slapen?”
“geen idee” antwoorde hij “maar nog een dag en we zijn in veiligheid.’’

Vele uren gingen voorbij, ze waren moe, uitgeput en hopeloos.
Met de constante dreiging werden ze nerveus, maakten fouten en wilden zo snel mogelijk weg.
Met zijn vieren liepen ze daar, als enigste overlevenden, lopend naar veiligheid.

De jager volgende de groep soldaten greep zijn boog en vuurde een pijl af, de pijl overbrugde de afstand van hem naar de achterste soldaat en doorboorde hem.
Met een kreet viel de soldaat op de grond en hij zag de soldaten bijna in paniek dekking zoeken.
Hij vuurde meerdere pijlen af, niet om ze te raken maar met de boodschap dat hij ze ten alletijde kon neerschieten.
De soldaten hadden het bericht dondersgoed door en keken nerveus rond.
“Wat nu?” vroeg John
“over een kleine 2 uur zijn we bij de basis, we moeten het redden” antwoorde hij.
“we kunnen hier niet de hele tijd blijven zitten” zei een soldaat “ hij liet zijn dekking zakken en liep met dekking in de richting van de basis.
“als we lopen zoals hij doet” zei de sergeant “dan kan die Na’vi ons niet raken, kom lopen, vlug”
snel maakten ze uit de voeten, na een tijd waren ze uitgeput maar de angst gaf ze kracht en bleven lopen.

De soldaat zag de rand van het bos en begon het op een lopen te zetten.
De jager zag dat en schoot een pijl af, de pijl vloog over de hoofd van de sergeant en john heen.
“Kijk uit! Zoek dekking!” riep John, de soldaat keek om en kon de pijl niet meer ontwijken.
De twee zagen de soldaat neer gaan en keken om.
Daar stond hij, de jager, en kwam hun kant op.
“Kom nu het nog kan” riep de sergeant en begon te rennen, John volgde hem.
Springen over het lichaam van de soldaat maakte ze zich uit de voeten.
Daar, daar is de rand van het bos, rennend langs de laatste bomen kwamen ze uit op een grasvlakte.
Verder op stond de basis.

De jager schoot een pijl af en raakte de Sergeant, met een kreet ging hij neer.
John stopte en rende terug.
“Ga, breng jezelf in veiligheid, ik ben ten dode opgeschreven” zei de sergeant.
John knikte, “het spijt me dat het zo moet eindigen” zei hij en liet de sergeant los.
Draaide zich om en rende naar de basis.

Op de basis kregen ze door dat er iets mis was en er rende verschillende sodaten en avatars hun richting in.
Schietend gaven ze de vluchtelingen dekking maar waren te laat.

De na’vi spande zijn boog voor de laatste keer, met zijn blik langs de schacht van de pijl en liet los.
John werd doorboord en ging neer.
Met een glimlach zag hij dat de hulp hun bereikte te laat waren.
Hij draaide zich om en met soepele sprongen schoot hij weg tussend de bomen, verdwijnend, terug naar de jacht.
 

Txep swirä:
Welkom terug
Moe als hij was kwam hij aan in het dorp, vele dagen later dan gehoopt.
Nadat hij het bos weer was ingerend hadden Droomwandelaars hem achtervolgd, zij hadden hem bijna twee dagen achtervolgd voordat hij die demonen was kwijtgeraakt.
Uit angst om nog achtervolgd te worden had hij een andere route genomen, dit resulteerde in reis die dagen langer duurde.
Hij was uitgeput om constant op zijn hoede te zijn, niet alleen voor de aliens maar ook voor de andere dieren.
Omdat hij moe was, maakte hij fouten, die fout resulteerde in een lichaamelijke aanvaring met een talioang.
Hij had gelukkig geen botten gebroken alleen gekneusd.
 
Met een kreet kwam er een vrouw aangerend, het was Kahlan, ze riep zijn naam en riep het nog eens.
hij stopte en keek naar haar, haar mooie ogen, naar haar knappe gezicht, naar haar prachtige lichaam en glimlachte.
Ze waren al een paar jaar bij elkaar, wat hadden ze van die tijd een paar  mooie herinneringen.
“Eytukan, waar was je?” vroeg ze en keek hem aan, de jager zei niets en keek naar haar.
Ze sloeg haar armen om zijn nek, hij onderdrukte een kreun en glimlachte.
Hij voeld hoe zij haar lichaam tegen de zijne aandrukte, voelde haar buik op en neergaan waneer ze ademhaalde.
Hij haalde diep adem en bedacht zich dat ze erg lekker rook.
Kahlan liet liet hem los en keek hem aan, zo bleven ze even staan en ze omhelsde hem weer. Hij glimlachte maar kon de pijnlijke kreunen niet meer onderdrukken, zijn ribben deden erg zeer.

Geschrokken liet Kahlan hem los en keek hem aan, ze zag de pijn in zijn ogen en vroeg “Wat is er? Ik heb je toch geen pijn gedaan?”
“Nee, dat heb je niet. Maak je maar niet ongerust, het is niet ernstig” antwoorde hij.
“Wat is er gebeurd?” vroeg ze, hij keek in haar ogen en antwoorde “dat is een lang verhaal, ik vertel je het straks wel. Maar eerst wat eten en wat rusten, ik ben uitgeput.”
Hij liet haar los en samen liepen ze weg, er schoot zich nog wat te binnen en zei “Laat de kinderen ook maar komen als je wilt, die vinden de verhalen van de jagers geweldig”
Ze knikte, maar stieken wilde ze toch alleen met hem zijn, hem verwennen en verzorgen.

Weer klonk zijn naam, hij keek om en zag dat er een aantal dorpoudsten aanlopen.
Een van hun begon te praten en zei “We begonnen ons zorgen te maken, je bent nooit zolang weg, dat is geen gewoonte van je”
Hij knikte “Het is een lang verhaal Oudste, ik was een gevecht aangegaan met de Skypeople. Ik vertel vanavond het hele verhaal maar nu wil ik eerst rusten en eten.”
“Tot vanavond dan” zei de Oudste “Maar als je het aan ons gaat vertellen, zal ik dan de kinderen mee nemen? Zij vinden de verhalen van de jagers altijd geweldig om aan te horen.”
Hij zag dat Kahlan teleurgesteld keek en zei tegen haar “je heb hem nog voor de rest van je leven, je tijd komt nog wel. Verwen hem nu maar, ik zorg wel voor de kinderen”
Met een knipoog en glimlach draaide hij zich om en liep weg.

“En toen ik uit de bosjes kwam, stond ik daar, oog in oog met een Talioang” hij stopte met praten en keek een voor een de kinderen aan.
Meerdere malen had hij al grote ogen gezien en bij dit soort stukken vond hij het leuk om de spanning op de bouwen.
Een van de kleinere keek hem aan en vroeg “En toen? Wat gebeurde er toen?” Was hij groot? En gemeen?”
Eytukan glimlachte en antwoorde “dat hoor je als ik verder ga, maar als hij groot en gemeen was, dan zat ik hier niet meer. Maar eerst een slok water voordat ik door ga, ik krijg een droge keel van al dat gepraat.”
Nadat hij wat gedronken had, ging hij verder “Daar stond ik dus, klaar om mezelf te verdedigen, tegen over een Talioang. Gelukkig was hij nog niet volwassen, eigenlijk ook nog maar een kind. Net als jullie” en keek de kinderen aan.
“Toen opeens” vervolgde hij, “Kwam hij op me afgestormd en ramde me vol in mijn maag. Ik vloog door de lucht en viel op de grond. Krabbelde overeind en maakte me uit de voeten.”
“Waarom zou ik dat doen, kinderen?” vroeg hij.
Een klein ventje antwoorde “als er een kleine Talioang rondloopt dan moet de pappa en mamma ook ergens rondlopen, dus is vluchten de beste optie”
“Juist geantwoord, goed zo” complimenteerde hij en het ventje keek trots omdat hij dat wist.
 “Ik had de pappa en de mamma Taloaing achter me aan maar wist te ontsnappen door in de bomen te klimmen en zo de weg te vervolgen.”
“En toen, na nog een dag te lopen kwam het dorp in zicht en nu zitten we hier. Dat was het verhaal kinderen, nog vragen?’’
“Ja” antwoorde een klein meisje “Hoe zien die Demonen er uit? Net als ons?”
“Ja, het enigste verschil is dat zij dingen om hun lichaam dragen dat ze “kleding” noemen” en beelde een t-shirt en broek uit. “Ook hebben ze wapens die onzichtbare pijlen afschieten, erg gevaarlijk”
“en hoe zien die Skypeople er uit?”
“nou” zei Eytukan, zoekend naar de goede woorden en keek rond, zag een bloem die ongeveer op hun huidskleur leek en plukte hem.
“Zien jullie deze bloem? Hun huidskleur is lichter dan deze kleur en zijn veel kleinere dan ons. Iets groter dan jullie, en de grootste komt ongeveer tot mijn borst.”
De kinderen waren ondanks hun leeftijd al vrij groot, naar de maatstaven van de Mens, naar Na’vi maatstaven nog klein
“Maar kinders, het wordt laat, jullie moeten naar bed.” Zei hij
Met veel tegenstribbeling gingen ze weg en bedankten de jager voor het mooie verhaal.

Nadat de kinderen weg waren kwam de Oudste naar hem toe.
“Eytukan, denk jij dat je goed heb gehandeld?”
“Ja” antwoorde hij eenvoudig
“Eytukan, Heb jij gehandeld naar wat je het beste leek?”
“Ja” antwoorde hij weer.
“Eytukan, je hebt goed gehandeld, je hebt laten zien dat we geen vreemden en al helemaal geen Aliens in onze bossen toelaten. Je hebt je plicht als Na’vi goed vervult.”
Hij legde zijn hand op de schouder van de jager en keek hem aan.
“Je hebt goed gehandeld maar goedkeuren kan ik het ook niet, om die laatste twee soldaten neer te schieten”
Eytukan knikte en vroeg “Gaat u mij daar voor vervolgen?”
“Nee, je hebt onze Home Tree verborgen gehouden en dat is het belangrijk genoeg”
“Bedankt Oudste” zei de jager.
Daarop wense de Oudste Eytukan en Kahlan nog een fijne avond en liep weg.

Hij zuchte, gaapte en wenste Kahlan een goedenacht en ging naar bed.

Atanä mungeyu:
leuk verhaal, een beetje zoals ''BAP''
er zitten aleen een paar foutjes in:
herten moet of hexapedes(engels) of ayyerik/ayerik(meervoud na'vi) zijn
gevechtsrobots zij AMP-suits(amplificator suits, engels)
talioeng moet sturmbeest(enkelvoud engels, voor het gemak van de lezers die nog niet zo goed na'vi kunnen)
verder moet je vooral opletten op de typfoutjes, want ze zijn er met best veel, maar dat maakt niet heel erg uit ofzo XD
eywa ayngahu,
unilyu

Navigation

[0] Message Index

[#] Next page

Go to full version